Prikangst

Prikangst

Een fobie voor injecties en bloedtests kan op verschillende leeftijden op verschillende manieren de kop opsteken. Injectiehulpmiddelen of een pomp kunnen nuttig zijn bij het toedienen van de injecties bij kinderen, maar de bloedtests zijn niet te vermijden. Bent u ten einde raad, raadpleeg dan zo snel mogelijk een psycholoog om te voorkomen dat de prikangst uitgroeit tot een permanent probleem voor uzelf, uw kind of uw gezin. Verdovende crèmes kunnen de pijn aanzienlijk verminderen en kunnen de bloedtests minder onaangenaam maken. U kunt ze nu en dan gebruiken bij de insuline-injecties, maar in de praktijk is het niet mogelijk om ze vóór elke injectie aan te brengen. De crèmes werken ook niet op de vingertoppen omdat de huid daar te dik is.

Prikangst: algemene aanbevelingen

De houding van de ouders tegenover het prikken is erg belangrijk. U moet er zelf van overtuigd zijn dat de vingerprik of injectie echt nodig is, anders kunt u uw kind er onmogelijk van overtuigen. Als u als ouder zelf aan prikangst lijdt, wordt het moeilijk om uw kind een injectie te geven.

Het kind moet precies weten wat er gaat gebeuren en waarom. Vele (zelfs oudere) kinderen denken soms dat de injecties en bloedtests een straf zijn voor iets dat ze verkeerd hebben gedaan. U moet duidelijk vertellen dat de prik gewoon nodig is en geen straf omdat het kind stout is geweest. Herinner het kind eraan dat de persoon die de prik toedient, niet 'gemeen' is. Hij of zij doet gewoon wat nodig is.

Wees eerlijk over de pijn. Een prik met een naald kan pijn doen, hoe graag we het ook anders zouden willen.

Maak duidelijk hoe ver het kind mag gaan in zijn reactie en zeg bijvoorbeeld: "Je mag best huilen als je dat wil, maar je mag je hand niet wegtrekken."

Bied realistische keuzes aan. Daardoor krijgt het kind minder het gevoel een slachtoffer te zijn. Maar stel niet voor om de injectie een ander keertje te geven, want dat is onmogelijk. Het kind zal zich alleen herinneren dat het in de val werd gelokt en de volgende keer wordt alles nog moeilijker.

Stel activiteiten voor die het kind kunnen afleiden, zoals het kiezen van een pleister.

De overtuigingsfase moet kort zijn. Een kleiner kind kunt u het best stevig vasthouden, de prik geven en dan troosten. Indien u er langer over doet om de naald in te brengen, lijdt het kind langer. Hou het kind stevig vast als dat nodig is, zodat de injectie snel achter de rug is.

Glimlach niet om het kind aan te moedigen. Het zou kunnen denken dat u het grappig vindt.

Nadien: Troost het kind, prijs het en praat ermee. Tekenen of spelen kan helpen bij het verwerken van een pijnlijke ervaring. Blijf even met het kind spelen zodat u misverstanden kunt ophelderen en het kind kunt helpen om de ervaring te plaatsen.

3
op basis van 3 stemmen.