Diabetes in de verschillende ontwikkelingsstadia


Diabetes in de verschillende ontwikkelingsstadia Net zoals uw kind in zijn ontwikkeling verschillende fasen doormaakt, evolueert ook de psychologische impact van zijn diabetes op het gezin. Dit kan de relaties binnen het gezin onder spanning zetten, omdat u als ouder de veranderende behoeften van uw kind met diabetes moet zien te rijmen met uw werk en andere gezinsverplichtingen.

Vanaf de eerste babymaanden waarin u zich vaak angstig en overbeschermend opstelt, over de eerste jaren waarin uw kind om snoep jengelt en zeurt, tot en met de schoolgaande jaren waarin het zelf de verantwoordelijkheid voor zijn diabetes op zich neemt, moet het hele gezin samenwerken om de ziekte te begrijpen en te aanvaarden.

Ziet u het even niet meer zitten, dan kunnen de volgende tips wellicht van pas komen.

Deze tips kunnen u helpen om wat stabiliteit te brengen in de opeenvolgende veranderingen.

Het psychologisch effect van diabetes op uw gezin evolueert naargelang van de leeftijd van uw kind en is sterk afhankelijk van de ontwikkeling en de basisbehoeften van uw kind op elke leeftijd. Het spreekt voor zich dat ouders zich vaak onzeker kunnen voelen over hoe ze specifieke situaties het best aanpakken. Uiteraard kunnen ze er nu en dan behoefte aan hebben om bij bepaalde problemen de hulp van een deskundige in te roepen. Soms is de hulp van een kinderpsycholoog aangewezen. Het is een goed idee om alle kinderen en adolescenten in de eerste maanden na de diagnose minstens één keer met een psycholoog te laten praten. Wanneer hun ouders dan op een later tijdstip psychologische hulp nodig achten, weten ze al tot wie ze zich kunnen richten.

Marianne Helgesson is als psychologe verbonden aan de Dienst Pediatrie van het UZ in Linköping (Zweden) en geeft les over psychologie en diabetes bij mensen van verschillende leeftijden. Zij vertelt haar studenten het volgende:

Een ménage à trois is altijd een moeilijke zaak. Bij de geboorte van het eerste kind ontstaat de eerste barst in de relatie tussen de ouders. Er beginnen discussies en ruzies te ontstaan over de tijdsindeling, terwijl dat ervoor misschien nooit een punt was.

Er moet worden gezocht naar een evenwichtige verdeling van de tijd en zorg die elk van de ouders aan het kind, aan de partner en aan zichzelf kan besteden. De ouders moeten het eens worden over de verdeling van de huishoudelijke taken en over het feit of één van hen of beiden hun carrière kunnen voortzetten.

Een kind opvoeden komt voor het grootste deel neer op het herhalen van hoe u zelf werd opgevoed, want dat is het enige model dat u kent. Maar meestal zijn er twee ouders met elk hun eigen opvoedingsgeschiedenis. Conflicten zijn dus onvermijdelijk en het resultaat is meestal een combinatie van de ervaringen van beide ouders.

Wanneer het kind een chronische ziekte heeft, kan het de ouders aan rolmodellen ontbreken waardoor ze zich onzekerder voelen. Het is moeilijk om een evenwicht te vinden tussen afhankelijkheid en verantwoordelijkheid, en de ouders stellen zich de vraag hoeveel ze het kind moeten helpen zonder overbeschermend te zijn.

Zuigelingen (0-1,5 jaar)

Deze periode wordt gekenmerkt door een zogenaamde symbiose. Eerst vindt die plaats tussen moeder en kind, vervolgens wordt ook de vader erbij betrokken. Gedurende deze periode is het erg belangrijk dat de ouders hun eigen behoeften ondergeschikt maken aan die van het kind. Het kind is namelijk niet in staat om voorrang te geven aan de behoeften van de ouders. Zodra het kind zich zelfstandig kan bewegen - na een jaar of zo -, begint het de wereld te verkennen.

Problemen als gevolg van diabetes

Diabetes veroorzaakt op deze leeftijd onvermijdelijk stress in het gezin. Wanneer ouders er moeilijk mee kunnen omgaan zonder zich gespannen en onzeker te voelen tegenover het kind, zullen zij het ook moeilijk hebben om een gevoel van zekerheid en vertrouwen op het kind over te brengen. Zekerheid en vertrouwen hangen nauw samen met het probleem van voeding en diabetes. Kleine kinderen begrijpen niet waarom ze moeten eten hoewel ze geen honger hebben en omgekeerd. Het risico op eetproblemen is op deze leeftijd dus reëel. Een behandeling met meerdere injecties of een insulinepomp kan hierbij helpen. Kinderen moeten voelen dat hun ouders zekerheid en vertrouwen uitstralen in uiteenlopende situaties, ook al kan moeilijk zijn bij een kind met diabetes.

Als gevolg van zijn overbescherming kan een kind zich angstig aan zijn ouders gaan vastklampen, in plaats van de buitenwereld te verkennen. Kleine kinderen begrijpen niets van de injecties en bloedtests, noch van de pijn, woede en angst die ermee gepaard gaan. We kunnen niet uitleggen waarom we hen op die manier pijn moeten doen. Meestal bestaat de beste aanpak erin om de injectie zo snel mogelijk af te handelen en het kind dan te troosten. Injectiehulpmiddelen kunnen bij deze leeftijdscategorie erg nuttig zijn.

Peuters (1,5-3 jaar)

Peuters beginnen hun omgeving actiever te verkennen. Wanneer ze ongeveer 2 zijn, zetten veel kinderen 'een stapje terug' en hechten ze zich weer sterker aan hun moeder. Dit is volstrekt normaal en heeft niets te maken met onaangepast gedrag van de ouders tegenover het kind. De 'koppigheidsfase' (leeftijd waarop het kind zijn eigen vrije wil leert te gebruiken) begint tussen het 2e en 3e levensjaar. Kinderen testen dan het vermogen van hun ouders en vervolgens dat van henzelf om grenzen te stellen. Op deze leeftijd tonen alle kinderen nogal wat boosheid en frustratie. Ze moeten hun eigen grenzen leren kennen en dat is niet altijd plezierig. Het is belangrijk dat de ouders deze 'wilsstrijd' consequent aangaan want op deze manier leren kinderen op te komen voor hun mening, compromissen te sluiten en toegevingen te doen.

Problemen als gevolg van diabetes

Het is niet eenvoudig om uit te maken of het slechte humeur van uw kind al dan niet aan een te lage of te hoge suiker te wijten is. Moet het iets te eten krijgen telkens wanneer het boos wordt? U kunt moeilijk elke keer een bloedtest doen. Een kind met diabetes moet rekening houden met meer beperkingen dan andere kinderen alleen al door de injecties, de vaste etenstijden en de bloedcontroles. Bij chronische ziekten vertonen ouders altijd de neiging om de restricties die de ziekte met zich meebrengt, te compenseren door het kind over de rest zelf te laten beslissen. Op die manier tonen zij medelijden met het kind en slagen ze er minder goed in om grenzen te stellen. Het kind wordt daardoor onzeker en lastig. Het tast voortdurend de grenzen af om een reactie van de ouders uit te lokken. Missen de ouders echter de kracht om de ontdekkingsdrang van het kind aan te kunnen, dan kan het kind introvert, passief en onzeker worden en een gebrek aan zelfvertrouwen ontwikkelen. Ook de ouders moeten in deze periode, die bijzonder zwaar kan zijn, op begrip kunnen rekenen. Daarnaast hebben ze ook aanmoediging nodig, want een kind met diabetes heeft net zo goed nood aan een normale opvoeding als elk ander kind. De angst voor een vreemde omgeving (zoals het ziekenhuis) kan nog groter zijn dan de angst voor injecties. Sommige kinderen van deze leeftijd worden zeer angstig als ze worden vastgehouden. Probeer de injecties en bloedtests in een zo veilig mogelijke omgeving te laten plaatsvinden.

Kleuters (3-6 jaar)

Vanaf deze leeftijd begint een kind de wereld beter te begrijpen en wordt het zich bewust van het feit dat zijn lichaam zowel plezier als pijn kan ervaren. Het kind speelt rollenspellen en heeft een zeer rijke verbeelding. Op deze leeftijd beginnen ze ook het verschil tussen jongens en meisjes te zien. Het kind wil de ouder van hetzelfde geslacht imiteren en wordt verliefd op de ouder van het andere geslacht met wie het vaak ook wil trouwen. Een kind van 4-5 jaar voelt zich 'heerser van het heelal': het weet en kan alles, en bovendien weet het precies wat het wel en niet wil. Kinderen voelen zich machtig wanneer ze ontdekken hoe ze controle krijgen over anderen. Een zesjarige is meestal meer geneigd om zich te schikken naar wat zijn ouders willen. Tussen 3 en 6 jaar beginnen kinderen een geweten te ontwikkelen en gaan ze nadenken over misdaad en straf. Dit doen ze op een 'primitieve manier' volgens het aloude 'oog om oog, tand om tand'-principe. Ze worden zich bewust van de grenzen van hun lichaam. En zijn ervan overtuigd dat pleisters een magische genezende en helende kracht hebben.

Problemen als gevolg van diabetes

Kinderen van deze leeftijd denken soms dat ze diabetes hebben gekregen als straf voor iets dat ze hebben mispeuterd, of dat de suikertests een straf zijn. Dit moet volledig worden uitgepraat met het kind, ook wanneer het er zelf niet naar vraagt. Per slot van rekening stellen ook volwassenen zich bij een tegenslag wel eens de vraag: "Waar heb ik dit aan verdiend?" We proberen allemaal een logisch verband te vinden tussen de dingen die ons overkomen. Kinderen kunnen het gevoel krijgen dat hun vrijheid beperkt wordt door de angst van hun ouders voor hypo's. Het kan moeilijk zijn om insuline toe te dienen en tests af te nemen als kinderen weigeren mee te werken. Ze weten precies wat ze wel en niet willen eten. En het kan dus erg moeilijk zijn om op voorhand in te schatten hoeveel een kind zal eten. Probeer het kind ter compensatie zelf te laten beslissen over bepaalde andere dingen in de dagelijkse routine. Een behandeling met meerdere injecties of een insulinepomp laat kinderen vrijer in wat en hoeveel ze eten. Begin tegen een kind van deze leeftijd niet te lang op voorhand over injecties, tests of andere onaangename dingen. Ze kunnen die dingen in hun gedachten opblazen tot onrealistische proporties. In een gezin met zowel jongens als meisjes, kunnen de kinderen denken dat diabetes gebonden is aan een bepaald geslacht. Zo kan een meisje gaan denken dat ze beter een jongen was geweest omdat haar broer geen diabetes heeft (of omgekeerd).

Lagereschoolkinderen

Naar het eerste leerjaar gaan, is voor alle kinderen een grote stap. Velen hebben het aanvankelijk moeilijk om zich aan te passen. Op deze leeftijd proberen kinderen volop de wereld te begrijpen en te verkennen. Ze halen graag dingen uit elkaar om te achterhalen hoe ze werken. Ze willen meestal ook graag weten hoe hun diabetes in elkaar zit. Vrienden gaan een grotere rol spelen en ze vinden het belangrijk om dezelfde dingen te doen als deze vrienden. Kinderen van deze leeftijd houden graag bij hoelang iets duurt (bv. boodschappen doen). Ze willen weten wanneer iets te gebeuren staat, maar kunnen nog niet echt begrijpen hoelang iets zal duren. Ze gaan relaties aan met andere volwassenen naast hun ouders, zoals leerkrachten en andere zorgverleners op school. Op de lagere school leren kinderen om impulsen te bedwingen, zich aan richtlijnen te houden en zich te gedragen binnen aanvaardbare grenzen.

Problemen als gevolg van diabetes

Er is nog steeds de angst voor het onbekende, ook al lijkt het kind belangstelling te hebben voor nieuwe dingen. Het is belangrijk dat u de informatie aanpast aan de leeftijd van het kind. Stel het kind gerust en vertel het kind dat de gevoelens die het bij bepaalde situaties heeft - zoals bij de injecties of bloedtests - heel normaal zijn en volstrekt begrijpelijk ("Andere kinderen zouden er net zo over denken"). Het helpt vaak om de tijd bij te houden, bijvoorbeeld bij het toedienen van een injectie. Het eten op school smaakt niet zoals thuis en soms eet het kind helemaal niets. Het is belangrijk om op school iemand te vinden die uw kind kan en wil helpen om 's middags zijn insuline te nemen. In het begin kunt u zich erg onzeker voelen: wat als mijn kind op school een hypo krijgt? Probeer ervoor te zorgen dat altijd één van de ouders telefonisch bereikbaar is en zo nodig naar de school kan gaan. Vooral in het begin is dit belangrijk. De leerkrachten moeten precies weten hoe ze moeten reageren op een hypo. Ze zullen de ziekte van het kind ook beter begrijpen nadat ze een hypo hebben meegemaakt.

Middelbare schoolkinderen

Psychologen noemen deze periode de latentiefase. Kinderen staan meestal open voor alle vormen van leren en willen ook graag bijleren over hun diabetes. Ze willen hun horizon verbreden maar tegelijk hebben ze geleerd om binnen de grenzen te blijven die hun ouders hebben gesteld. In deze periode ontwikkelt zich een sociale rol: "Mag ik meedoen?", "Zal ik aanvaard worden?" Er is ook concurrentie met de leeftijdsgenoten over "wie het grootst, het slimst of het mooist" is. Leeftijdsgenoten worden steeds belangrijker. Kinderen hebben er baat bij om andere diabetespatiënten van dezelfde leeftijd te ontmoeten met wie ze zich kunnen identificeren. Dit kan bijvoorbeeld tijdens een diabeteskamp of een bijeenkomst van een diabetesvereniging. Aanmoediging is belangrijk op deze leeftijd omdat kinderen graag bevestiging krijgen als ze iets goed doen.

Problemen als gevolg van diabetes

Alle kinderen vragen zich in deze periode af wat hun rol in het leven zal zijn. Een kind met een chronische ziekte begint meestal rond zijn tiende of elfde na te denken over die ziekte en gaat er op een andere manier op reageren. "Waarom is mij dit overkomen?" is een veelgehoorde vraag. Vaak volgt er een periode waarin het kind alles wat het voor zijn diabetes moet doen, lastig en vermoeiend vindt. Het kind begrijpt voor het eerst dat het zijn hele verdere leven diabetes zal hebben. Het zal tijd nodig hebben om dit te aanvaarden. In deze periode is het belangrijk om open en veel met het kind te praten over wat diabetes allemaal inhoudt. Dit helpt het kind om de ziekte te aanvaarden. Toon dat u als ouder ook bezorgd bent, en bevestig dat leven met diabetes inderdaad lastig kan zijn. Bij de meeste kinderen gaat deze fase na een tijdje voorbij, maar sommigen hebben de hulp van een psycholoog of therapeut nodig. Omdat kinderen op deze leeftijd erg leergierig zijn zonder het gezag van hun ouders in vraag te stellen, is het belangrijk om de diabeteszorg tijdens de jaren die voorafgaan aan de puberteit op een natuurlijke manier in de dagelijkse routine te integreren. Kinderen die vóór het begin van de puberteit voldoende zelfzeker zijn over hun diabetes, zullen minder snel het gevoel krijgen dat hun diabetes hun ontwikkeling en onafhankelijkheid in de weg staat.

Puberteit

Tijdens de puberteit beginnen tieners een volwassen identiteit te ontwikkelen waardoor ze onafhankelijk worden en op voet van gelijkheid komen te staan met andere volwassenen. Deze groeiende onafhankelijkheid is nog fragiel, waardoor tieners de behoefte voelen om hun waardes sterk te verdedigen. In zekere zin maken ze hun vroegere ontwikkelingsfasen opnieuw door. Vaak gedragen tieners zich het ene moment als een kind en dan weer als een volwassene. Het is belangrijk dat u beseft dat ze de kans hebben om 'terug te keren' naar aspecten van vroegere ontwikkelingsfasen die ze niet helemaal hebben afgewerkt. Vele ouders zien deze tienerperiode met afschuw tegemoet, maar als u de puberteit beschouwt als een 'laatste stap tussen' de kinder- en tienerjaren en de volwassenheid, kijkt u er misschien positiever tegenaan.

Vrienden zijn erg belangrijk en alle tieners willen gewoon hetzelfde kunnen doen als hun leeftijdgenoten. Ze vinden het leuker om 's avonds een hamburger of een pizza te gaan eten met hun vrienden dan om thuis te eten wat de pot schaft. Het is belangrijk dat jonge mensen zowel de vrijheid als de verantwoordelijkheid krijgen om hierbij te experimenteren met insulinedosissen. Tieners hebben veel belangstelling voor hun eigen lichaam, vooral tijdens de vroege adolescentie. Ze willen precies weten welke invloed diabetes op hun lichaam heeft. Tegelijk schamen ze zich er vaak voor om hun lichaam te tonen. Op dat vlak zijn ze minder ruimdenkend dan u zou verwachten. We moedigen oudere tieners aan om naar bepaalde raadplegingen zonder hun moeder of vader te gaan. Een andere mogelijkheid is om de ouder pas op het einde van de raadpleging binnen te laten en dan slechts de punten te bespreken waar de tiener mee heeft ingestemd. Het is belangrijk dat tieners begrijpen dat het beroepsgeheim ook tegenover de ouders geldt. Wanneer een jongere persoonlijke problemen wenst te bespreken, moet hij of zij dat kunnen doen zonder bang te zijn dat de informatie wordt doorgegeven. Tieners brengen vaak een kameraadje of vriend/vriendinnetje mee naar de raadplegingen. Ze worden graag door iemand gesteund, maar voelen zich te oud om papa of mama mee te brengen.

Voor ouders is het niet altijd makkelijk om uit te maken in hoeverre ze zich mogen bemoeien met de diabetes van zoon- of dochterlief. Het kan best moeilijk zijn om voldoende op de hoogte te blijven wanneer u steeds minder wordt betrokken bij de diabetes en de ziekenhuisbezoeken van uw kind. De meeste tieners redden het liever zonder de hulp van hun ouders, maar tegelijk willen ze graag op de hoogte blijven. Een 18-jarig meisje zei het zo: "Natuurlijk wil ik dat ze weten hoe het met mijn diabetes gaat. Wie kan me anders helpen als ik het niet red?"

Wanneer kunnen kinderen zelf de verantwoordelijkheid over hun diabetes opnemen?

Tijdens de eerste jaren op de lagere school ontwikkelen alle kinderen vaardigheden op de meest uiteenlopende gebieden: sportief, artistiek, academisch en op het vlak van zelfcontrole. Als een natuurlijk onderdeel van deze verbeterde vaardigheden, neemt ook hun verantwoordelijkheid toe voor de taken die met hun diabetes te maken hebben. Ze werken er ook steeds meer aan mee. Nieuw onderzoek wijst echter uit dat ouders in deze periode betrokken moeten blijven bij de diabeteszorg. Het is nuttig dat het diabetesteam zowel de kinderen als de ouders zo vroeg mogelijk vertelt dat van de ouders wordt verwacht dat zij betrokken blijven zolang het kind op de lagere school zit en ook tijdens de vroege tienerjaren. Schuif de verantwoordelijkheid niet te vroeg door!

4.5
op basis van 2 stemmen.